dinsdag 19 januari 2010

Normaal voedingspatroon

Niet diëten, maar gezond eten

Aan de ene kant tillen veel mensen niet zo zwaar aan gezonde voeding en vinden de huidige ‘eet gezond’-campagnes overdreven, aan de andere kant liegen de cijfers (onderzoek 2004) er niet om: Het aantal jongens dat op 9-jarige leeftijd te dik is, is toegenomen van 9,0 naar 16,1 procent. Dit is een toename van tachtig procent! Bij 15-jarige meisjes is het aantal dat te dik is zelfs verdubbeld van 10,0 naar 20,1 procent. De cijfers voor obesitas laten een minstens zo sterke groei te zien. Zo had in 1997 nog 1,2 procent van de vierjarige jongens obesitas, in 2002-2004 was dat al 3,8 procent. Bij 13-jarige meisjes is het percentage gestegen van 0,6 naar 2,7.(1)

Bovendien is er nog een probleem: diabetes type 2. Deze aandoening die vroeger bekend stond als een echte ouderdomsziekte is, komt nu voor bij 12000 kinderen. Dit aantal stijgt met drie procent per jaar. De enorme stijging komt vooral vanwege obesitas bij kinderen.
Naast diabetes en obesitas kunnen kinderen van een slecht voedingspatroon last krijgen van hart- en vaatziekten, neurologisch klachten krijgen en problemen bij de ontwikkeling van spieren en botten.

Normaal doen
In een artikel over te zware kinderen, las ik het volgende prachtige citaat:
“Dat (3 kilo verliezen bij overgewicht van een kind - red.) is niet eens zo moeilijk. Gezonder eten, meer bewegen. Mensen zeggen dan: ‘Je mag een kind zo een dieet niet aandoen.’ Maar dat ís geen dieet. Dat is normaal doen.” - Stefan Kleintjes.(2)

Wat is dan precies normaal doen? Een kind van een tot drie jaar heeft ongeveer 1000 calorieen per dag nodig, een kind van vier tot acht jaar 1400. Het spreekt voor zich dat twee a drie chocoladerepen (455 calorieen per stuk) per dag geen volwaardige en volledige voeding is. Het is dus niet alleen zaak om te letten op hoeveel je eet, maar ook op wát je eet.

Even calorieën tellen
Kinderen tot 3 jaar hebben ongeveer 150 gram fruit, drie boterhammen, 75 gram groente, 75 gram koolhydraten zoals aardappels, rijst, pasta en peulvruchten, 3 deciliter melkproducten, 10 gram kaas, 60 gram vlees(vervangers), vis of ei, 30 gram margarine, boter en olie en 7,5 deciliter vocht (inclusief melk) nodig volgens het voedingscentrum. Aangeraden wordt om dit te verdelen over zes eetmomenten, wat in de praktijk neerkomt op drie maaltijden en drie tussendoortjes. Een broodmaaltijd, een fruitmaaltijd en een avondmaaltijd kunnen dus aangevuld worden met drie tussendoortjes die de overige aanbevolen hoeveelheid inhouden.

Voorbeeld: Als je peuter ‘s ochtends twee sneetjes brood met daarop kaas, ‘s middags nog een boterham met een gekookt ei en een stuk fruit en ‘s avonds aardappelpuree (met melk en boter), een klein stukje vlees en een opscheplepel groente krijgt, heb je het volgende nog over voor de andere drie eetmomenten: een half stuk fruit, 200 mililiter melkproduct, 10 gram vetten en 6,5 deciliter vocht over. Wanneer je je kind tussendoor een half stuk fruit, wat rauwkost, een bakje yoghurt en verder water geeft ben je dus goed bezig.

Uiteraard is het niet nodig om deze aantallen heel strikt aan te houden, maar het voorbeeld is bedoeld om aan te geven dat kinderen al snel teveel eten op een dag. Meer suikers en vetten heeft een kind niet nodig. Een glas limonade bevat al gauw over de 50 calorieen per glas en bevat verder geen nuttige voedingsstoffen. Zo’n glas is dus geheel overbodig. Tel daarnaast een lekker koekje en je kind krijgt al meer calorieen binnen dan nodig.

Een kind van vier tot acht jaar heeft ongeveer 150 gram fruit, 125 gram groente, 120 gram brood (3 sneetjes), 125 gram koolhydraten uit aardappels, pasta, rijst en peulvruchten, 400 mililiter melkproducten, 10 gram kaas, 70 gram vlees(vervangers), vis en ei, 30 gram halvarine en bakvetten en een liter vocht (inclusief melk) nodig.

In deze leeftijd krijgen kinderen nog vaker zoetigheden aangeboden. Dit is allemaal overbodig en wordt genuttigd bovenop de dagelijks aanbevolen hoeveelheid. Natuurlijk moet eens iets lekkers kunnen, maar bedenk wel dat dit extra’s zijn en kunnen leiden tot overgewicht. Een volkoren koekje met stukjes fruit wordt vaak gezien als alternatief, maar het is een gezonde tegenhanger van zoete witmeelkoekjes.

Kijk naar je kind: kan het een extra boterham gebruiken? Prima! Pin je niet teveel op gemiddelden vast. Maar eens in de zoveel tijd eens kijken naar wat gemiddeld is, is misschien wel raadzaam.
Eet niet alleen gezond om overgewicht te voorkomen, maar vooral omdat je er een gezond lijf van houdt. Iemand die gezond eet en genoeg beweegt voelt zich fitter. Iemand die zich fit voelt beweegt meer en wordt gemiddeld ouder!

Bronnen:
(1) gepubliceerd onderzoek van TNO en VUmc (over de jaren 2002-2004)
(2) http://www.borstvoed...ws-belgie-050509.pdf
http://www.voedingsc...elheden-per-dag.aspx

Meer weten?
Het voedingsplan voor de kinderopvang van Kiind: http://babynatuurlijk.nl/kiind/kiind_voedingsplan.pdf
Het bijvoedingsforum: http://bijvoeding.freeforums.org

Sandii Zachte © 2010
Dit artikel is gepubliceerd in Kiind op 01/01/2010

Duurzaam voelt goed

Biologisch textiel

Kleine kinderen hebben nog een erg dunne, zachte en dus gevoelige huid. Voor hen is het nog belangrijker dan voor volwassenen om niet in aanraking te komen met gifstoffen. Voor het maken van katoen worden veel gifstoffen gebruikt. Je kunt je indenken dat dit niet fijn is voor de huid. In dit artikel wordt het verschil aangegeven tussen de gangbare textielproductie en de biologische variant.

De laatste jaren is er veel gebeurd op duurzaamheidsgebied. Al Gore schreeuwde om klimaatverbetering en bedrijven moeten zich verantwoorden over hun beleid met betrekking tot het milieu en ethiek.
2007 ging volgens het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel de boeken in als een topjaar voor biologische producten. Er werd in dat jaar 530 miljoen euro uitgegeven aan biologische levensmiddelen. In de eerste helft van 2007 steeg de verkoop van biologische producten in de supermarkt met ruim 15%. En dat terwijl de verkoop in 2006 ook al met 10% was gestegen. Inmiddels is gebleken dat er in 2008 nog weer 12,4% meer aan biologische producten is gekocht.
Kortom, duurzaamheid is in.

"Na koffie zijn katoenplantages de meeste pesticidengebruikende gewassen"

Toch valt er op textielgebied nog veel winst te behalen. Vooralsnog richt men de pijlen vooral op voedsel. Beelden van onverdoofde gecastreerde biggetjes en kooikippen circuleren op het internet. Waarschijnlijk kiezen mensen door de zichtbaarheid van deze praktijken voor biologische alternatieven.
Duurzaam textiel heeft het wat dat betreft moeilijker; de voordelen hiervan ten opzichte van gangbaar textiel zijn niet goed zichtbaar te maken in een filmpje. Desalniettemin zijn er belangrijke redenen om voor biologisch textiel te kiezen. Hieronder staan diverse textielsoorten waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen de gangbare versie en de biologische versie.

Katoen
In tegenstelling tot de reputatie die katoen als natuurproduct heeft, is het zeer vervuild materiaal. Na koffie zijn katoenplantages de meeste pesticidengebruikende gewassen. Twintig procent van alle pesticiden en een tiende van álle onkruidverdelgingsmiddelen wordt gebruikt bij de katoenteelt, die daarentegen maar 2,4% van alle bebouwde land beslaat. Daarnaast wordt er bij het bleken en kreukvrij maken van de stof chloor gebruikt. Om een beeld te geven: voor één T-shirt wordt ongeveer 250 gram katoen en wel 125 gram chemische middelen gebruikt. Deze gifstoffen zijn slecht voor de huid. Naarmate er langer pesticiden gebruikt worden zullen insecten steeds resistenter worden waardoor er steeds meer gif nodig is. Dit is een doorgaand proces.
De gevolgen liegen er niet om: de percelen kunnen daadwerkelijk onbruikbaar worden door de bodemverontreiniging en erosie.

Biologisch katoen
Biologisch katoenplanten groeien op velden zonder kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. Verder is biologisch katoen vrij van formaldehyde, de giftige stof die kleding kreukvrij maakt. Het verven van textiel is meestal milieubelastend. Ongebleekt en ongeverfd katoen is daarom het meest milieuvriendelijk. Toch is het duurzaam verven tegenwoordig in een ver stadium, waarbij minder gebruik wordt gemaakt van zware metalen en er minder water wordt verbruikt.

Zijde
Zijde an sich is een natuurproduct; het wordt immers door rupsen gemaakt. De rups scheidt een eiwitsubstantie af en dat stolt bij contact met de lucht. Hij spint een cocon waarna hij een vlinder wordt. Helaas wordt zijde niet duurzaam geproduceerd: de gekweekte rups wordt gedood zodra hij een cocon gemaakt heeft. Zo kan de cocon afgewikkeld en de draad gebruikt worden.
Hierna gaat de zijde in een badje dat de schoongemaakte draad zwaarder en voller maakt. Dat giftige badje is erg milieuvervuilend. Daarnaast is ook het verven van zijde een uiterst milieubelastend proces.

Biologische zijde
Bij wilde zijde wordt de cocon van de uitgevlogen vlinder gebruikt als grondstof. Wilde zijde betekent niet meteen biologisch. Er bestaat ook milieuvriendelijke zijde en deze wordt ook afgewerkt met verfstoffen zonder zware metalen. Op die manier zijn er op het textiel ook geen schadelijke resten aanwezig die aanleiding kunnen geven tot huidirritaties en allergieën bij je kleintje. Verder is het vrij van chemicaliën. Zijde is erg fijn voor het huidje, zeker bij huidirritaties. Bovendien voelt het warm in de winter en koel in de zomer. Ideaal dus.

Wol
Bij wol denk je al snel aan schapen, maar ook het haar van andere dieren -zoals van geiten, lama’s, kamelen, paarden, hazen en angorakonijnen - kan worden verwerkt tot textiel. Ook bij wol worden tal van chemicaliën gebruikt. Dit om te voorkomen dat er geen teken of andere insecten bij de dieren in de buurt komen, maar je kunt je afvragen waar een dier meer last van heeft. Gifstoffen zijn nooit bevorderlijk voor natuur en milieu. Ook nadat de wol is afgeschoren, tijdens het transport en bij de opslag wordt het volgestopt met chemicaliën.

Biologische wol
Bij biologische wol geldt dat noch de dieren, noch de gewonnen wol met chemische bestrijdingsmiddelen worden bewerkt. Bovendien wordt het welzijn van het dier belangrijk geacht. Biologische wol is een heerlijke stof om tegen je huid aan te voelen. Men denkt vaak dat het kriebelt, maar dat ligt aan de soort wol en hoe het geschoren is. Wollen rompertjes er dergelijke kriebelen helemaal niet en zijn juist fijn voor de huid. Zeker in de winter is het aan te raden om als onderkleding te dragen, het is namelijk lekker warm.

Viscose en bamboe-rayon
Beide soorten textiel worden vaak beschouwd als natuurlijke materialen. En hoewel de grondstof natuurlijk is, worden de vezels niet gebruikt om tot deze textielvorm te komen. Bij viscose wordt cellulose (een stof die de plant stevigheid geeft) uit hout of katoen gehaald wat vervolgens een aantal chemische processen doorloopt. Soms wordt cellulose ook uit bamboe gehaald. Dit heet dan bamboe-rayon, maar wordt soms ook viscose genoemd. De bijproducten van het proces om tot viscose te komen zijn erg milieuverontreinigend.

Biologische bamboe
Er is ook bamboe textiel op de markt dat wel van de bamboevezel wordt gemaakt. Deze variant is wel milieuvriendelijk vanwege de gunstige groei-eigenschappen van bamboe. Een volwassen plant maakt elk jaar nieuwe stammen aan die binnen een paar maanden groot worden. Na vijf jaar kunnen ze al gekapt worden, zonder dat de omvang van het bos achteruitgaat.

Milieuvriendelijke textielsoorten
Naast biologische versies van de gangbare textielsoorten, zijn er ook textielsoorten die van zichzelf al behoorlijk milieuvriendelijk zijn. Van linnen wordt vaak het kreuken kenmerkend genoemd, maar op milieugebied is het beter dan katoen. Hennep is een materiaal dat tot in de 20e eeuw voor allerlei toepassingen werd gebruikt, maar daar kwam in 1937 een einde aan, toen men Hennep leerde kennen als verslavend product en het werd verboden in Amerika. Gelukkig maakt Hennep nu een comeback. Het is sterk, kreukvrij en wordt duurzaam geproduceerd. Tot slot wordt sinds kort de brandnetel gebruikt om textiel mee te vervaardigen. Al in de tijd van Napoleon werd het ontdekt, maar katoen won toen de populariteitsstrijd. Omdat de brandnetelplant bestand is tegen ongedierte en ziekte is het niet nodig om bestrijdingsmiddelen te gebruiken.

Linnen
Linnen wordt gemaakt uit de vezels van de vlasplant. Het neemt veel vocht op en is luchtig. Het grote voordeel van de teelt van vlas is dat dit in vergelijking tot andere gewassen veel milieuvriendelijker is. Er zijn weinig bestrijdingsmiddelen en kunstmest nodig. Biologisch linnen, dat ook milieuvriendelijk bewerkt is, is echter nog nauwelijks te vinden.

Hennep
Op dit moment is hennep weer populair aan het worden. De hennepvezel is enorm sterk en zorgt dus veel minder snel voor slijtage dan katoen. Daarnaast heeft Hennep als voordeel dat het de snelst groeiende eenjarige plant ter wereld is. Schimmels en onkruid krijgt geen kans dankzij de dichte begroeiing. Bestrijdingsmiddelen zijn daarom niet nodig. De plant groeit bovendien gemakkelijk zonder kunstmest en put de grond nauwelijks uit.

Brandnetel
Brandnetelplanten zijn heel sterk en dus bestand tegen ziekten en ongedierte. Daarom vraagt deze teelt geen verontreinigende bestrijdingsmiddelen. De enige bekende gebruiker van brandnetel is het merk Brennels. Zij gebruiken wel kunstmest, dus helemaal biologisch is de teelt nog niet, maar het is wel veel milieuvriendelijker dan gewoon katoen.

Duurzaam
Tot slot is van belang te beseffen dat niet alleen het milieu-aspect een product duurzaam maakt. Bij het proces van het maken van textiel zijn veel mensen gemoeid. Helaas is er tot op de dag van vandaag nog veel sprake van uitbuiting door middel van te lage lonen, te lange dagen en andere slechte arbeidsomstandigheden. Er wordt tegenwoordig gelukkig steeds meer eerlijke kleding gemaakt, waarbij de werknemers een beter loon krijgen en met humanere arbeidsomstandigheden te maken krijgen. Onder andere het keurmerk fairtrade houdt zich hier mee bezig.

Meer weten?
Om te weten of kleding van een bepaald merk duurzaam geproduceerd is, kijk je op http://www.kledingchecker.nl.
Als je geïnteresseerd bent in het duurzaam produceren van je eigen producten, dan vind je handige informatie op http://www.organicexchange.org.
http://www.cbl.nl
http://www.biologisch-eten.nl
http://www.orimpex.nl
http://www.babynatura.nl/
http://www.allesduurzaam.nl/
http://www.goedewaar.nl
http://www.brennels.nl/

Sandii Zachte © 2010
Dit artikel is gepubliceerd in Kiind op 01/01/2010

Waanzinnige Winter

Zo kom je de winter door

In de zomer ben je veel buiten, maar in een koude, gure winter heb je er vaak toch minder zin in. Je nestelt je met je kinderen in je warme huis en wil daar misschien het liefste een winterslaap doen. Toch is het belangrijk om ook ‘s winters naar buiten te gaan. Buiten zijn mogelijkheden te over om de motoriek, creativiteit en spel te ontwikkelen. Ook in de winter, of júíst in de winter: andere natuurelementen zorgen voor een andere spelbeleving en hebben dus een waardevol aandeel aan de ontwikkeling van je kind. Bovenal is het voor kinderen ook ‘s winters leuk buiten. Dit artikel staat boordevol activiteiten voor het gezellige binnen, maar ook voor het uitdagende buiten. Voor de buitenspellen geldt: oude kleren aan en achteraf lekker douchen. Geniet er van!

Als het regent
Regenkleding van vuilniszakken. Laat je kinderen hun eigen regenkleding ontwerpen. Met of zonder capuchon, misschien met opgeplakte zakken of een golvende rand onderaan. Daarna lopen jullie een modeshow, buiten in de regen uiteraard!

T-shirt beschilderen. Leg je t-shirt buiten in de regen neer met repen crêpepapier. Dit loopt uit en kleurt het shirt.

Modderglijden. Neem een flink stuk karton of een plank en ga naar een modderige heuvel. Laat je kinderen op de ondergrond naar beneden glijden. Je wordt er heerlijk vies van!

Modderbouwen. Vind jouw kind het roetsjen van een heuvel te eng? Met modder kunnen ze ook de mooiste kunstwerken bouwen. Voor peuters is dit al leuk, maar kinderen vanaf zeven jaar kunnen er ook nog veel plezier aan beleven.

Kanalen graven. Net zoals op het strand, kun je in de regen het water ook geleiden. In een modderpoel in park, bos of achtertuin graven de kinderen met handen of scheppen waterwegen. Neem plastic bootjes of simpele kurken mee om te laten varen. Neem ook andere materialen mee en test met de kinderen wat blijft drijven en wat zinkt.

Waterballonnen gevecht. Nat worden jullie toch wel, dus hup, vullen die ballonnen en gooien maar! Natuurlijk ruim je wel netjes alle kapotte ballonnen op. Waterpistolen werken ook prima. Doe dit lekker dicht bij huis, zoals in de achtertuin en spring daarna onder de douche.

Als het sneeuwt
Zoek en vind. Ligt er echt een behoorlijke laag sneeuw? Speel dat het winterse alternatief voor het eieren verstoppen dat je normaliter met pasen doet. Verstop eieren in de sneeuw. Eieren kunnen ook stuiterballen, plastic bekertjes of iets anders zijn wat niet drassig wordt in de sneeuw.

Speurtocht in de tuin. Ook in de winter kun je speurtochten doen! Zeker in de sneeuw, want daar kun je de kaartjes zo mooi in verstoppen. Als je de kaarten lamineert, blijven ze mooi en zijn ze te hergebruiken. Denk op het niveau van je kind. Je kunt bijvoorbeeld op alle kaarten een letter schrijven en deze vormen samen een woord of zin. Misschien wel zoiets als: “Kom je chocolademelk drinken?”. Dit is leuk voor kinderen vanaf een jaar of acht. Voor die tijd kun je een korter woord maken of met plaatjes een speurtocht maken.

Van sneeuw een mand of ton bouwen. Hiervoor moet het wel flink gesneeuwd hebben. Op anderhalve meter van de mand teken je cirkel in de sneeuw om de mand heen. Dan maak je sneeuwballen en probeer je ze in de mand te gooien.

Als het vriest
Schaatsen. Als het slechts heel lichtjes vriest en de sloot niet veilig is, kun je er voor kiezen om water over de tegels in de tuin te gooien uit bijvoorbeeld een regenton. ‘s ochtends kun je er dan overheen glijden. Dit hoeft niet op echte schaatsen, gewoon op goede schoenen kun je ook lekker glijden.

Stokken race. Op het ijs (eventueel zelfgemaakt op het terras zoals hiervoor beschreven) laat je stokken over het ijs glijden. Wie kan hem het verst laten glijden?

IJssculpturen creëren. Sommige plastic plantenbakjes hebben geen gaatjes onderin. Deze zijn ideaal voor deze activiteit. Vul ze met water en laat ze bevriezen. Om een ijssculptuur te maken, moet er gehakt worden in het ijs. Waarmee je je kind dat laat doen is afhankelijk van de leeftijd van je kind. Misschien vind je het wat eng, maar je zult zien dat kinderen heel voorzichtig zijn met echt gereedschap, als je ze goed instrueert. Een peuter of jonge kleuter kun je laten schuren met een stuk schuurpapier, een harkje en laten hakken met een stevige tak. Een iets ouder kind kan al goed aan de slag met een plamuurmes, een schroevendraaier of een kleine priem. Omdat het best kan gebeuren dat je kind per ongeluk het ijs geheel stuk maakt en omdat meerdere keren oefenen het leukste is, raden we aan om meerdere bakjes met water te vullen. Het eindresultaat hoeft uiteraard nergens op te lijken, deze activiteit draait om het ervaren van het materiaal.

IJsmobile maken. Pak zandvormpjes en vul die met water, stop er een mooi blad in (of schelpjes, kleine stenen, iets anders waar je kind mee komt), leg een stevig touwtje over al die bakjes heen waarbij het touwtje in het water van al die bakjes komt te liggen. Laat het bevriezen en haal het ijs uit de bakjes. De vormpjes hangen dan aan het touw, wat je als een slinger op kunt hangen. Hang het buiten op, het blijft dan langer mooi.

Vetbollen maken. Het is volop winter en veel vogels zitten al lang en breed in het warme zuiden. Toch zijn er ieder jaar ook een heleboel vogels die in Nederland overwinteren. Omdat het grootste deel van hun voedsel niet meer leeft, of diep onder de grond zit, vinden ze het fijn als jij en je kinderen hun helpen. Doe dit echt alleen als het vriest of sneeuwt, anders bestaat de kans dat de vogels overvoerd raken. Dit kun je doen door lekkere hapjes te maken. Maak een vetbol van een dennenappel. Maak hier eerst een stevig touwtje aan vast en smeer hem vol met schoon frituurvet. Vul hem helemaal met allerlei zaden.
Je kunt ook een pindaslinger maken. Aan een touw met naald rijg je ongepelde pinda’s en andere noten.

Als het waait
Vliegeren. Dit kan natuurlijk met een vlieger op het strand, maar ook met een plastic zakje aan een touwtje kunnen kinderen veel plezier hebben. Als je er met crêpepapier strookjes aan vast maakt, krijg je een extra feestelijk effect. Wat ook leuk is om crêpepapierstroken aan een dennenappel vast te maken en deze de lucht in te gooien of rennen met de dennenappel in je hand zodat de stroken achter je aan zwieren.

Windharp maken. Nodig: twee houten latjes, houtlijm, schelpen, stevig draad en een boortje. Boor gaatje boven- en onderaan de schelpen, rijg er een draad doorheen en maak onder en boven de schelp een knoopje. Doe dit meerdere keren, zodat je meerdere draden met schelpen hebt. Maak een kruis van de latjes en maak ze aan elkaar vast met houtlijm (of een schroefje en moertje). Maak met de boor gaatjes in de latjes en doe de draad er doorheen. Maak goed vast met knoopjes. Zonder latjes kan ook, dan maak je de harp vast aan een tak. Nou hang je de windharp buiten en luister je naar de muziek die de wind maakt.

Blaadjes laten dwarrelen. Vooral voor peuters en kleuters is het leuk om blaadjes in de lucht te gooien en naar beneden te laten dwarrelen. Dit kunnen ze vaak een hele tijd vol houden.

Wind maken. Ook dit is erg leuk voor peuters. Pak een verdwaald herfstblaadje en leg deze op de tafel. Probeer nu om eronder te blazen zodat het blaadje gaat bewegen.

Windmolen maken. Nodig: een blaadje -het liefst van iets steviger papier dan kopieerpapier- van tien bij tien centimeter, rietje, schaar, knopspeld, kraal, kurk, plakband. Knip het blaadje vanuit de punten richting het midden, tot halverwege. Je hebt nu vier flappen. Vouw steeds de rechterpunten hiervan naar het midden toe. Prik die vier punten vast met een knopspeld. Aan de achterkant schuif je de kraal over de speld, en prik je de speld door het rietje. Voor de veiligheid een kurk op de speld. En hup, de wind in met die molen!

Als het koud is
Op het strand eten. Maak rond een uur of vier met je kinderen een mooi zandkasteel. Maak daar omheen een kring van kuiltjes, met daarin waxinelichtjes. Als het donker wordt steek je alle kaarsjes aan. Ziet er prachtig uit, eet dan met elkaar in de lichtjes-kring.

Vuurtje stoken. Aan het einde van de middag maak je samen je kinderen brooddeeg. In de tuin steek je de vuurkorf aan. Met je kinderen zoek je goeie stokken en ze doen een klein beetje brooddeeg aan de stok. Terwijl zij hun brood laten garen, vertel jij een mooi verhaal. Drink hier warme thee of chocomel bij. En als het donker is kunnen jullie naar de sterren kijken!

Egelhuisje maken. Leuk om aan het begin van de winter te doen. De kleine egeltjes houden allemaal een winterslaap. Zoek samen met je kinderen in een boek op waar egeltjes graag in slapen. Ze zijn dol op bladeren. Verzin samen met je kinderen hoe je een egelhuisje kunt maken. Dit kan bijvoorbeeld met een houten kratje waar je heel veel bladeren overheen legt. Waarschijnlijk komen je kinderen ook met allerlei ideeën! Het huisje kunnen jullie in het bos of park achterlaten of in de tuin zetten. Leg wel goed uit dat egels niet gestoord moeten worden tijdens hun slaap.

Voor binnen
Sneeuwlandschap maken. Neem een witte of grijze kaars. Laat hiermee druppels was op je blaadje vallen. Omdat het papier ook wit is, zie je de stippen nog niet zo goed. De was laat je drogen. Met verf maak je nu een landschap. Op de plek van de was blijft geen verf zitten. Zo krijg je een mooi sneeuwlandschap. In plaats van papier kun je dit ook op schildersdoek doen.

Handspelletje. Dit is vooral leuk voor kleine kinderen.
De sneeuwman
(met de linkervuist op de tafel slaan)
en de sneeuwvrouw
(met de rechtervuist op de tafel slaan)
staan lekker in de kou.
Maar als de zon schijnen gaat,
verdwijnen ze heel gauw.
(bij ‘gauw’ sla je met beide, platte handen op de tafel)
De sneeuwman vindt zijn sneeuwvrouw
(met de linker- en rechtervuist vlak na elkaar op de tafel slaan)
een hele lieve snoes.
(steek de twee duimen naar elkaar toe)
Maar als het straks gaat regenen,
verdwijnen zij pardoes!
(verstop je handen achter je rug)

Iglo bouwen. Als je een nieuw apparaat koopt, zit je daarna met heel veel piepschuim. Zonde toch? Gelukkig is het ook leuk om met piepschuim te bouwen. Knip samen met je kinderen allemaal blokjes uit het piepschuim. Dit zijn allemaal bouwsteentje. Vervolgens kun je met die blokjes en lijm een iglo bouwen en deze op een stuk karton plakken. Piepschuim zorgt wel voor heel veel rommel in je huis!

Bordspel maken. Maak je eigen memory of ganzenbord. Het beste gebruik je hier stevig (zwaar) papier en verf voor. Bedenk samen hoe het er uit moet komen te zien en ga aan de slag.

Boekjes lezen. Mooie boeken zijn: “Sneeuwman, pak me dan” van Carry Slee, “Olles Skietocht” van Elsa Beskow, Tomte “Tummetot” van Astrid Lindgren, “Eekhoorns, muizen en andere dieren in de winter” van Monika Lange, “Van herfst tot winter” van Lidwien van Geffen, “Robin en Knor in de winter” van Sjoerd Kuijper, “Kikker in de kou” van Max Velthuijs, “Ik wil een diamant” van Jonathan Emmett, “Kan ik er nog bij?” van Loek Koopmans, “Winterfeest” van Vivian den Hollander en “Meneer Eekhoorn en de eerste sneeuw” van S. Meschenmoser.

Meer weten?
Lees op Kiind over het buitenspelen.
In het boek “Winterfeest” van Vivian den Hollander staan nog meer leuke ideeën voor activiteiten.
In “Ga buitenspelen!” van F. Danks staan veel knutselprojecten en spelactiviteiten voor in de natuur beschreven.
Ook in het boek “Spelen kan met alles” van Marianne de Valck vind je spelactiviteiten voor buiten, ook met slecht weer.

Sandii Zachte © 2009
Dit artikel is gepubliceerd in Kiind op 01/12/2009

Slaapritueeltjes

De dag goed afsluiten

Moeilijk slapen
Iedere avond, en bij de kleinsten ook altijd overdag, leg je je kind in bed. Het liefste zou je willen dat ze meteen gingen slapen, maar zo werkt het in veel gevallen niet. Veel kinderen hebben moeite om in slaap te komen en willen liever bij je blijven, ook om te slapen. Of je er nu voor kiest om je kindje bij jou te laten slapen of in een eigen bedje, veel kinderen zijn gebaat bij een bedritueel.

Nut van een ritueel
Een slaapritueel maakt de overgang van de ene naar de andere situatie vloeiender, logischer en rustiger. Door steeds hetzelfde ritueel uit te voeren, zal je kind dit ook herkennen. Deze herkenbaarheid geeft je kind een veilig gevoel. Eigenlijk ben je bij het bedritueel bezig met ondersteunende communicatie: je handelingen en de voorwerpen die je daarbij gebruikt (boekje, lampje, liedje) verwijzen naar een andere situatie, die daarna komt: namelijk het slapen. Wat voor ritueel je hebt maakt niet zoveel uit, als je maar iedere keer min of meer hetzelfde doet. Kijk wel goed wat bij jouw kind werkt. Voor veel kinderen geldt: hoe rustiger, hoe beter, maar sommige kinderen kunnen een terugkerend grapje ook goed hebben.

Slaapritueeltjes bij baby’s
Ook baby’s kunnen al veel hebben aan een ritueeltje. Een voorbeeld hiervan kan zijn: eerst een kietelspelletje, dan een kusjesfeest, vervolgens verschonen en een slaapzak aan doen, kijken naar zijn spiegelbeeld, drinken en slapen. Hiermee wordt niet bedoeld dat je je kind moet laten huilen als het slapen niet wil lukken. Het is vooral zinvol omdat het het beginpunt van de nacht aangeeft. In de loop der tijd verandert een slaapritueel meestal.

We hebben jullie opgeroepen jullie slaaprituelen te vertellen aan ons. Hieronder vind je een selectie.

Elin is een heerlijke 2,5 jarige peuter. Ze is een echte slaapkop en heeft altijd eigenlijk goed geslapen, zowel overdag als ‘s nachts. In haar wiegje, in de wandelwagen, in de draagdoek, ledikant en toen was er opeens een juniorbedje…
Leuk een juniorbedje, staat zo gezellig in haar kamer, een echt meidenbed. Enige nadeel is: ze kan er ook uitklimmen. En dan niet een keer maar tientallen keren! Daarbij komt dat ze opeens de leeftijd heeft bereikt waarop ze de dingen van de dag echt moet verwerken en een plekje moet geven.
Tijd voor een nieuw bedritueel dus, niet alleen meer pyjama aan, liedje zingen, kusje en zwaaien maar iets uitgebreider de dag afsluiten en de nacht beginnen.
Sinds kort zetten we de bewuste dingen die Elin die dag niet leuk gevonden heeft zoals de boze buien, de regen en bijvoorbeeld het vallen aan de kant bij het kleren uitdoen.
“Dag kleren! Dag boze buien! Dag vallen!” En we doen de slaapkleren aan vol mooie gevoelens en dromen.
Daarna gaan we verhaaltje voorlezen, ze mag zelf het voorleesboek kiezen. Dan maken we haar huisje door de armen over haar bovenlichaam te kruisen met de handen op de schouders. Ik vertel dat dat huisje van haar is en dat ze in dat huisje alle dingen kan dromen en beleven die ze wil beleven. Als ze dingen niet wil dan kan ze zeggen dat ze weg moeten gaan.
Vervolgens vraag ik “Wat vond je het allerleukste vandaag?” en dan hebben we het daar eventjes over. Dan komt het kusjesfestijn. Alle vijf de knuffels en Elin krijgen dan een kusje en sóms wel meer dan een! Hierna gaat de klamboe dicht en het licht uit en haar muziekdoosje aan. We zwaaien met handkusjes en Houvanje's.

Als ze dan alsnog uit haar bedje klimt, dan leggen we haar zonder iets te zeggen terug, doen we de klamboe dicht, het licht uit en haar muziekdoosje aan.
We gaan de kamer uit. Soms komt ze er dan nog een keer uit en dan herhalen we dit. Tegenwoordig komt het nog maar sporadisch voor dat ze eruit klimt en gaat ze gelukkig weer gewoon lekker en rustiger slapen.


Marije Denekamp, moeder van Elin (2,5 jaar)


Ikzelf ben iemand die heel erg van regelmaat houd, dus bij onze dochter zijn we ook vrij snel een ritme gaan volgen bij het naar bed brengen.
Voordat ze naar bed gaat krijgt beneden iedereen een kus die niet mee gaat met het naar bed brengen.
Boven in de badkamer worden de kleren vervangen door de pyjama. Daarna volgt haar pufje, tandenpoetsen en wat water drinken. Dan wordt er naar de spiegel gezwaaid.
In haar kamertje gaan we in de schommelstoel zitten en voorlezen. Standaard een boekje voorlezen en een boekje waar ze zelf wat mee kan: een kartonnen kijk- en speelboekje bijvoorbeeld.
Hierna krijgt ze haar speen en zingen we het gebedje. Na het volmondig amen gaan we nog even vrije vrije en geven we een dikke zoen.
Dan mag ze zelf een knuffel uitzoeken die mee gaat in bed -ondanks dat het meestal dezelfde is- en wordt ze in bed gejonast.
Het ritme is er al heel vroeg in gekomen, sommige dingen veranderen met de tijd en sommige gewoontes heeft onze dochter er zelf in gebracht zoals het zwaaien naar haar spiegelbeeld.

Joke Vermanen, moeder van Hannah (1,5 jaar)


Ik heb onlangs een redelijk goed werkende manier ontdekt voor mijn zoon van vijf voor het slapen gaan.
Hij is een kind dat niet veel slaap nodig heeft, da's punt 1, maar in de zomer maakte hij het vaak erg bont: om 22.00-23.00 slapen was soms eerder regel dan uitzondering. En niet alleen als kind van vijf, maar ook toen hij jonger was. En dan moesten we er ook nog vaak heen moeten en boos worden.

Nu breng ik hem vaak zo tussen 19.30 en 20.00 uur naar bed, pyjama, tandenpoetsen, plassen -wat hij niet altijd wil- en uiteraard voorlezen. Voorheen mocht hij spelen, maar hij ging maar door en daardoor werd het laat. Nu geef ik hem een minuut of 10 à 15 de tijd om nog even te spelen. Op de klok kan hij zien hoe laat het is en komt tegenwoordig zelf (ja, ja!) naar me toe: “Mama, het is tijd!”. Dan doen we nog een liedje dat hij mag kiezen en daarna is het tijd om te slapen. Soms moet hij nog wel een plas doen (als hij voorheen zeker wist dat hij niet hoefde), en nog een beetje gerommel, maar toch beduidend minder dan voorheen. Ook komt hij er veel minder vaak uit.
Hij weet nu waar hij aan toe is, wat er van hem verwacht wordt en gaat daarmee akkoord.


Léontine moeder van zoon (5 jaar)


Misschien heb je hier wel iets gelezen wat je aanspreekt en wat je gaat uitproberen. Een bedritueel lost niet zomaar alle slaapproblemen op, maar het kan wel bijdragen aan een fijnere afsluiting van de dag.
Heb je wat aan de tips gehad? Dat vinden we leuk om te horen! Mail het ons via info@kiind.nl

Meer weten?
Boek: “Lekker slapen zonder huilen”, Elisabeth Pantley. Uitgeverij Scriptum, 2006.

Sandii Zachte © 2009
Dit artikel is gepubliceerd in Kiind op 01/12/2009

Op de beurs

Verslag van de Ouders Natuurlijk! beurs

Zondag 15 november was het zo ver: de eerste editie van de leukste en meest duurzame ouderschapsbeurs van Nederland; de Ouders Natuurlijk! beurs. Wij van Kiind hadden een standplaats op de beurs en verzorgden een lezing over bijvoeding.

Omdat we van ver kwamen en vroeg op zouden moeten, hebben we overnacht in een heel fijne Bed & Breakfast in Enschede, dus het was meteen een teambuildingsweekend voor ons. Op weg naar de beurs zat ik nog vast met de auto in een weiland, dus daar moesten sleepkabels aan te pas komen. Gelukkig is het uiteindelijk gelukt om ter plaatse te komen. Op de beurs zat te stemming er al meteen in. Terwijl wij in noodtempo onze marktkraam optuigden, waren anderen al helemaal gesetteld. Het zag er prachtig uit: een ruimte vol warme en vrolijke kleuren. Er was uitdagend speelgoed, vrolijke kleding, mooi handwerkmateriaal en er waren milieuvriendelijke verzorgingsproducten. We hebben mooie popjes geknuffeld, fijn textiel bevoeld en mooie draagdoeken gezien.

Naast al die mooie producten, was er ook veel te leren. Zo gaf de Vereniging van Draagdoekconsulenten advies over draagdoeken en was er informatie te verkrijgen over kruidengeneeskunde. In de loop de dag werden er meerdere lezingen gegeven. Bijvoorbeeld over babygebaren en borstvoeding. Ikzelf gaf een lezing over bijvoeding. Ik vond het mooi om te zien dat ouders elkaar bij de vragenronde advies gingen geven en spraken vanuit hun eigen ervaring. We hadden een stapeltje voedingsplannen klaarliggen om mee te nemen en bundels van al onze voedingsartikelen. Deze werden gretig meegenomen en gingen allemaal op!

Ook aan de kinderen was gedacht: in de loop der tijd transformeerden de kinderen van lieve kinderen naar lieve vlinders en dieren door middel van sminck en was er een mooie theatervoorstelling waar ze naar konden kijken.

Ons streven was natuurlijk om Kiind bekender te maken. Het was leuk om te merken dat meerdere mensen ons al kenden en de mensen die Kiind nog niet kenden waren erg enthousiast. Het was continu erg druk en gezellig aan onze kraam tot de laatste minuut van de beurs toe. Iedereen nam ook enthousiast onze flyer mee. We hebben een ontzettend leuke dag gehad, veel met andere mensen gepraat over opvoeding en duurzaamheid en een deel van onze lezers gezien. Het was geslaagd! Komen jullie volgend jaar ook (weer)?

Vind jij ook dat meer mensen Kiind zouden moeten lezen? We hebben mooie flyers die uitgedeeld kunnen worden op het consultatiebureau, bij de verloskundige, in de kinderwinkel of in het buurtcentrum. Wil jij flyers uitdelen in jouw buurt? Mail ons dan via info@kiind.nl. Alvast bedankt!

Sandii Zachte ©2009
Dit artikel is gepubliceerd in Kiind op 01/11/2009

Puur Speel Goed

Jane in het zonnetje

Bij sommige mensen lopen hobby en werk geheel door elkaar. Bij Jane van Puur Speel Goed lijkt dit het geval te zijn. De passievolle manier waarop zij praat over haar winkel, doet je meteen je portemonnee trekken.
Dus: wees gewaarschuwd!

"Stimuleer fantasie en creativiteit bij kinderen door hier alle ruimte voor te laten en mijd alles dat dit kan beperken."

Kun je iets over jezelf en je gezin vertellen?
In een piepklein plaatsje, waar de koeien nog zwart-wit zijn, de schapen de wol nog met je willen delen en zelfs varkens buiten lopen, daar wonen wij in de heerlijke rust van het platteland. Mijn naam is Jane en samen met Arnold heb ik twee kindjes: Jade van zes jaar en Leff van twee jaar.
Toen Jade een seconde oud was en ik haar dicht tegen me aan hield en de liefde zo mijn lijf in voelde stromen, besloot ik net als zo veel ouders dat ik het allerbeste voor onze kinderen wilde. In onze zoektocht keken we naar lichamelijke en geestelijke gezondheid en zo kwamen onder andere biologische voeding, biologische kleding en speelgoed van natuurlijke materialen in ons leven.

Wat voor producten verkoop je?
Bij Puur Speel Goed verkopen we natuurlike kleding en speelgoed. Prachtige, comfortabele kleding voor baby, peuter en kind van biologisch katoen, wol en zijde, waar ze zich goed in voelen. We hebben verschillende merken onder- en bovenkleding. De grondstoffen bevatten geen pesticiden en ook het productieproces verloopt geheel verantwoord. Puur Goed! Verder bevat het assortiment betoverend en verantwoord speelgoed dat kinderen alle ruimte geeft voor fantasie en creativiteit. Met echte materialen als hout, textiel, metaal, edelsteen, aardewerk en bijenwas. Puur Spelen!
In onze webshop kan fijn worden rondgesnuffeld en ook is er veel informatie te vinden zoals bij het kopje Puur, waar van elk merk dat wij verkopen een stukje staat. Ook hebben wij een blog waarin we nieuwtjes delen en waar artikelen en merken aan bod komen.

Wat onderscheidt jouw winkel van andere webwinkels?
Onze winkel is ontstaan uit ons hart. Het is een passie, een liefde, met hart en ziel zijn we er mee bezig en dat merken mensen aan ons assortiment en het contact met ons. Wij besteden zeer veel aandacht aan het selecteren van artikelen voor onze webwinkel. Verantwoorde producten welke mens en milieu sparen: het kind en zijn toekomst staat centraal. De ontwikkeling en behoeften van kinderen bepalen onze richting, onze overwegingen, onze keuzes. We willen een betere wereld voor kinderen nu en in de toekomst en hopen daar een klein steentje aan bij te mogen dragen. In onze webshop kunnen mensen een ruim assortiment vinden en zeer regelmatig komen er nieuwe artikelen bij.

Welk product is favoriet bij je kinderen en jezelf?
De grote regenboog van Grimm’s Spiel&Holz Design is denk ik wel het meest favoriet bij ons thuis, samen met de Ostheimer figuren. De kleuren van de regenboog stimuleren tot spel. Ze hebben een enorme aantrekkingskracht. Het materiaal is puur: je voelt het hout, de structuur, de warmte. De vorm is altijd mooi, wat je er ook van maakt, de mogelijkheden die de stukken samen en gecombineerd met ander speelgoed hebben zijn eindeloos. Bovendien is het zeer duurzaam en niet aan trends onderhevig en blijft het leuk voor kinderen van alle leeftijden en zelfs voor volwassenen. Zelf word ik ook erg blij van een kindje dat heerlijk in wolletjes is gehuld, een warme knusse verwenning.

Hoe viert jullie gezin het Sinterklaasfeest?
Sinterklaas is het feest dat ieder jaar bij ons gevierd wordt. De opa’s, oma’s, tantes, ooms en lieve vrienden en vriendinnen komen op deze gure dag van heinde en ver naar ons toe gereisd. Warme chocolademelk, kruidige lekkernijen, pompoensoep en lekkere broodjes, we zingen, lezen voor en natuurlijk is er een moment voor de zak die toch ieder jaar weer veel te vol zit. Een heerlijk kinderfeest waar we met zijn allen van genieten.

Wat zou je mee willen geven aan (aanstaande) ouders?
Stimuleer fantasie en creativiteit bij kinderen door hier alle ruimte voor te laten en mijd alles dat dit kan beperken. Fantasie is iets fantastisch. Zoals Albert Einstein al zei: 'Fantasie is belangrijker dan kennis'.

Meer weten? Kijk op de website van Jane.
http://www.puurspeelgoed.nl/

Sandii Zachte © 2009
Dit artikel is gepubliceerd in Kiind op 01/11/2009

Sinterklaascadeaus

Binnenkort komen de feestdagen er weer aan. Er worden niet alleen met Sinterklaas, maar steeds vaker ook met Kerstmis cadeautjes gegeven aan de kindenen. En dan is je kind misschien ook nog rond de feestdagen jarig. Wat kun je nou toch nog geven? Ze hebben toch alles al?

De schijf van vijf
Het is aan te raden om eens te kijken wat je kind allemaal al bezit. Marianne de Valck van het Adviesbureau Spelen en Speelgoed heeft de schijf van vijf bedacht.
Er zijn vijf soorten spel en speelgoed: creatief, constructief, cognitief, sociaal en motorisch.

Creatief spel laat zich omschrijven als spel waarbij de ervaring belangrijker is dan het resultaat: lekker met je handen in de verf of klei, muziek maken, dansen. Niet denken, maar doén.
Constructief spel is bouwen het maken van constructies. Dit kan bijvoorbeeld met blokken of bouwstenen, maar ook het maken van puzzels met slechts één oplossing valt onder constructief spel. Kinderen oefenen hiermee het probleemoplossend vermogen.
Cognitief spel is bijvoorbeeld het onderzoeken van de natuur, het lezen van informatieve boeken en het spelen van leerspellen zoals elektronische spellen waarbij een kind zelf de antwoorden kan controleren.
Sociaal spel is het samen spelen. Kinderen leren omgaan met regels en rekening houden met elkaar. Denk hierbij aan kring- en gezelschapsspellen.
Motorisch spel is bijvoorbeeld het doen van bewegingsspellen, maar ook fijn-motorische spelen zoals strijkkralen, punniken en kralen rijgen vallen hier onder.

Voor welke gebieden heb je al veel in huis? En voor welke minder? Dit kun je meenemen bij je cadeautjes-zoektocht.

Waar let je op?
Let eens op wat je kind bezighoudt. Vindt je kind het leuk om met potten en pannen te spelen, dan kan het heel goed behoefte hebben aan een speelkeukentje met materialen. Legt je kind een lapje over de knuffel, dan is hij of zij misschien toe aan een pop met bedje of wagentje.
Steeds kun je overwegen: vraagt dit spel om levensechte imitatiematerialen of om fantasiestimulerende basismaterialen zoals stof en hout? In het geval van een keukentje is het leuk om goed na te kunnen bootsen en dus metalen pannetjes en emaille bekertjes te kiezen, levensecht dus. Bij het spelen met poppen speelt de sociale-emotionele ontwikkeling een grote rol. Het kan fijn voor het kind zijn om een pop te hebben die lekker zacht is en weinig uitdrukking op het gezicht heeft. Het kind laat de pop dan mee gaan met de emoties van het kind, oftewel: dit is fantasiestimulerend.

Speelgoedtips
Eerder gaven we in Kiind al spel- en speelgoedtips, naar aanleiding van de beschrijving van de ontwikkelingen. Onderaan deze tekst zie je de links naar die artikelen.

Speelgoed dat lange tijd leuk blijft
Een bal
Een speelkeukentje of -huisje
Blokken
Grote bouwstenen die je op elkaar kunt klemmen
Klei, zand en water
Een zachte pop
Muziekinstrumenten
Verkleedspullen
Treinbaan of auto’s
Krijtjes of potloden
Voorleesboekjes

Cadeautips
- Je kind hoeft niet veel cadeaus te krijgen, een paar mooie cadeaus geven is een stuk duurzamer dan allerlei kleine prullen die snel stuk gaan.
- Kleding of beddengoed is zowel nuttig om te geven als leuk om te krijgen. Denk bijvoorbeeld aan een mooie jas, goede schoenen of een leuke broek.
- Als je kinderen de peuterleeftijd bereikt hebben is het al mogelijk om de kinderen cadeautjes voor elkaar te laten maken bij verjaardagen of kerst.
- Baby’s en dreumessen vinden het uitpakken vaak het leukste. Als je hun eigen speelgoed weer opnieuw inpakt of ze alleen zeer nuttige cadeaus geeft, hebben ze niet minder plezier.
- Verzin een thema waar binnen je cadeautjes kunt geven. In het ene pakje zit dan bijvoorbeeld een boerderij en in een andere de diertjes. Of in het ene pakje zit een ooglapje, in het andere een hoofddoek en in het derde een schatkaart.
- Er zijn zoveel boeken op de markt. Kijk eens eerst in de boekwinkel voordat je naar de speelgoedwinkel loopt!

Op zoek naar meer ideeën? Iedere zondag vind je in de blog een cadeautip!

De spel-artikelen van Kiind:
Babyspel 1 | Spelontwikkeling bij pasgeborenen
Babyspel 2 | Door spel de wereld leren kennen
Spelende dreumes | Je hulpje in huis
Peuterspel | Verkleden en ravotten
Kleuterspel | Bouwen, knutselen en rollenspel
Kinderspel | Leren door te spelen

Meer lezen?
Over vieringen
http://www.kiind.nl/articles/104/Vieringen.html

Over speelgoed
http://www.speelgoedadvies.nl/schijf_van_vijf.html

Sandii Zachte © 2009
Dit artikel is gepubliceerd in Kiind op 01/11/2009

Mama's moois

Betje in het zonnetje

Ze is wereldberoemd in klein circuit en hard op weg een begrip te worden. Betje tekent op humoristisch wijze cartoons voor tijdschriften, websites en boeken. Ondanks de humor, verheldert een Betjecartoon een vaak serieuze tekst. Tegenwoordig zijn de tekeningen ook los te koop: als ansichtkaart, deurhanger of mok. Speciaal voor Kiind heeft Betje een naaibeschrijving gemaakt voor een positieshirt. Deze vind je volgende maand in Kiind.

"Fijn dat er zulke degelijke informatie gratis te krijgen is!"

Wie is Betje?
Ik twijfel of ik nu eerst moet vertellen over mijn werk als illustrator/cartoonist of mijn rol als moeder van een meisje van bijna drie en straks nog een kindje... Beide zijn erg belangrijk voor me. Aan het tekenen besteed ik twee volle werkdagen, dan gaat Emma naar het kinderdagverblijf. Maar eigenlijk loop ik altijd rond met ideeën en plannen. Over lopende opdrachten kan ik het beste nadenken terwijl ik bijvoorbeeld stofzuig. De beste ideeën komen nu éénmaal niet zittend aan een bureau. Zo loopt werk en privé dus aardig door elkaar.
Verder zit ik erg graag achter de naaimachine. Daar zou ik graag meer mee willen doen in de ontwerpsfeer. Ben er voor mezelf alleen nog niet helemaal achter op welke manier.

Kon je altijd al goed tekenen?
Als kind tekende ik wel graag ja. Alleen was ik er weinig creatief in; ik tekende dingen na. Een plaat uit de Donald Duck kon ik vrij precies natekenen toen ik een jaar of 10 was. Of een stilleven of zelfportret... Toen ik naar de kunstacademie ging werd me tot mijn schrik gevraagd om dingen uit het hoofd te tekenen en dat kon ik helemaal niet! Gelukkig is dat door veel oefening ook helemaal goed gekomen. Al pak ik er natuurlijk nog wel eens een voorbeeld bij als ik iets teken wat ik niet zo goed uit mijn hoofd ken.

Kun je omschrijven hoe je tekenproces verloopt?
Ik bekijk de opdracht goed, denk even na en begin te tekenen. Direct met een zwarte fineliner op papier; geen schets, geen potlood en al zeker geen realtime gumwerk; als iets aan de tekening me niet aanstaat teken ik dat opnieuw ernaast of er dwars doorheen. Dit scan ik in en dan ga ik gummen, knippen en plakken. Een hoofd die ik opnieuw heb gedaan plak ik dus op het lijf van de eerste versie. Dit gaat naar de opdrachtgever en als die tevreden is kleur ik het in Photoshop in.

Wat maakt jouw tekeningen uniek?
Ik doe mijn eigen ding. Eigenlijk heb ik voor een illustrator bijzonder weinig kennis van het wereldje. Natuurlijk kijk ik wel naar het werk van anderen maar ik laat me er nauwelijks door inspireren. Mijn 'poppetjes' hebben zich in de afgelopen jaren ontwikkeld van iets dat veel weg heeft van een kopvoeter tot wat het nu is. Ik ben steeds meer gaan toevoegen; eerst waren de armen en benen stokjes, nu hebben ze 'vlees'. Wie weet, misschien hebben ze over een tijdje zelfs wel een neus.
Toch blijft het redelijk minimalistisch. Daardoor is de boodschap direct voor iedereen duidelijk. En dat blijf ik ook belangrijk vinden; iedereen moet het kunnen snappen. Als dat niet zo is, heb ik mijn werk niet goed gedaan.
En verder denk ik dat mijn gevoel voor humor net dat kersje op de taart is. De situaties en emoties die ik schets zijn herkenbaar voor veel mensen. Ook hierin houd ik het graag simpel. Mijn grappen zijn nooit ingewikkeld, hoogstaand of al te bizar. Het zijn ook niet altijd dijenkletsers. Als mensen er om kunnen glimlachen ben ik tevreden.

Hoe kwam je erbij je om borstvoedingskaarten te maken?
Toen ik zelf borstvoeding gaf heb ik heel wat tijd doorgebracht op borstvoeding.com. Fijn dat er zulke degelijke informatie gratis te krijgen is! Ik wilde graag iets terugdoen en toevallig had ik nog een cartoon liggen over kolven, ooit eens gemaakt voor een personeelsblad. Ik mailde deze naar de beheerder van borstvoeding.com (Stefan Kleintjes, ik kende hem nog niet) en ja als je hem één vinger geeft... Geintje hoor, ik was blij dat hij zo brutaal was om te vragen of ik niet meer wilde doen. Dit pakte gunstig uit zowel voor hem en zijn site als voor mij. De cartoons waren een groot succes. En toen heb ik ze maar op kaarten laten drukken, er was blijkbaar vraag naar.

Wat voor project zou je nog eens willen doen?
Ik heb altijd wel ideeën voor projecten, dingen die ik nog wil doen in de nabije toekomst. Maar niet één bijzonder ding dat er uitspringt.
Ik zal altijd dingen blijven zoeken waarin ik kan groeien. Het freelance bestaan was een behoorlijke uitdaging voor me; op de kunstacademie heb ik vrijwel niets geleerd over de zakelijke kant ervan. Maar op een gegeven moment zal ik toch iets anders moeten gaan doen om mijn hersenen te laten kraken. Wat dat precies zal zijn... misschien een groter bedrijf opzetten, projectmanagement, communicatie-adviseur. Dat zijn allemaal dingen die me wel trekken en die ik mezelf zie doen. Maar voordat ik dat allemaal handen en voeten heb gegeven zitten mijn kinderen wel op school denk ik.

Meer weten? Kijk voor de borstvoedingskaarten en andere producten op
http://www.mamasmoois.nl en http://www.betje.com
en volg Betje via http://betje.blogspot.com

Sandii Zachte © 2009
Dit artikel is gepubliceerd in Kiind op 01/10/2009

Kinderspel

Leren door te spelen

Waar peuters nog vooral manipulerend bezig zijn: zij halen de plezier uit de handeling op zich, houden kleuters zich al meer bezig met het effect dat ze kunnen bereiken. De ervaring op zichzelf is nog steeds heel belangrijk, maar gebruiken materialen uit hun omgeving al meer om er rollenspelen mee te gaan spelen en maken al bewust voorwerpen. Spelmateriaal dat hierbij aansluit is knutselmateriaal als papier, lijm, karton, toiletrollen en verf. Verder is constructiemateriaal als blokken, latjes en speelmaïs vaak favoriet.

Interactief spelen
Kinderen kunnen gaandeweg steeds beter een interactief rollenspel spelen. Ze kunnen met meerdere kinderen een situatie naspelen dat ze uit ervaring kennen. Vanaf vijf of zes jaar kunnen ze hun spel ook plannen: van tevoren worden de rollen verdeeld, er wordt bedacht waar het spel over gaat en de taal wordt aangepast aan de omgeving (zijn ze bijvoorbeeld bij de Koningin of op de markt?).

Producten maken
Ook het constructiespel gaat een niveau verder: er wordt van tevoren bedacht wat het kind gaat maken en waar daarbij op gelet moet worden: welk materiaal is nodig, hoe wordt er gezorgd dat het stevig blijft? Ze beginnen dus te redeneren en voor uit te denken.

Echt zijn
Kinderen willen naarmate ze ouder worden steeds meer dat het allemaal echt is: echte munten in een winkel, echte gel in de kapper en echt brood bij de bakker. Het leren in de zin van rekenen en taal is nu begonnen, want het wordt ook steeds belangrijker dat iedereen evenveel munten en broodjes krijgt en dat boodschappenlijstjes echt geschreven worden. Spelmateriaal dat hier op aan sluit zijn echte materialen die je uit je keuken- en badkamerkastje grist: een fohn en kam voor de kapper, pakken en potten uit de voorraadkast voor de winkel en van stoelen tot lampen en vaasjes voor een huisje.

Bewegen
Hoe ouder kinderen worden, hoe vaker ze gemiddeld gezien voor de tv hangen en achter de computer zitten. Toch is het ook voor kinderen boven de vijf natuurlijk nog belangrijk om lekker te bewegen. Volgende maand hebben we het in Kiind over yoga. Kinderyoga is iets dat voor veel kinderen fijn gevonden wordt.
Veel kinderen hebben behoefte aan stoeien. Vooral bij jongens is dit erg in trek. Belangrijk is om er niet afkeurend op te reageren, maar er wel voor te zorgen dat het niet uit de hand loopt en alle kinderen het nog leuk vinden. Activiteiten die kinderen steeds leuker gaan vinden zijn skeeleren, fietsen, skelteren, bouwen klimmen, touwtje springen, stoepkrijten, elastieken en balspelen en het eeuwenoude knikkeren. Andere spelmaterialen die uitnodigen tot bewegen zijn hoepels, matten, kistjes, emmers en tunnels. Hiermee kun je het mooiste parcours maken dat te bedenken valt. Dansen in de zin van pasjes doen die je moet onthouden wordt ook steeds populairder. Je ziet dit vooral meisjes doen, maar veel jongens vinden het ook erg leuk.

Voelen
Vergis je niet: ook na de kleuterleeftijd is bij veel kinderen de zandbak in trek. Zeker als ze er ook met water in mogen spelen kunnen ze uren zoet zijn. Met wat kleine poppetjes (of met kastanjes en dennenappels) kan een heel rollenspel gespeeld worden in hun zelfgemaakte landschap. Zorg voor trechters, zeven, bakjes, bekers en lege flessen bij de zandbak.
Ook vinden kinderen het meestal fijn om te kleien. Brooddeeg is ook prettig spul om mee te boetseren, en nog goedkoop ook. Andere ideeën zijn spelen met zaden, mais, schelpen of kiezelsteentjes, vingerverf, bijenwas of scheerschuim. Het spelen met dit soort materialen heeft vaak een rustgevende uitwerking op kinderen. Ze kunnen er eindeloos mee fantaseren, boetseren en ontdekken.

Gezelschapsspelen
Veel kinderen tussen de zes en de twaalf vinden het erg leuk om gezelsschapsspelen te doen. Tegenwoordig zijn er ook ontzettend leuke cooperatieve spelen te koop: daarin werk je samen om van het spel te kunnen winnen. Zeker in gezinnen waar de pionnen vroeg of laat over het bord vliegen, kan dit een verademing zijn.

Speelgoedtips:
Bewegingsspeelgoed: een fiets, skeelers of een skateboard, bal, stoepkrijt, springtouw en springelastiek.
Creatief materiaal: papier, karton, lijm, vilt, foam, speelmaïs
Bouwmateriaal: blokken, latjes
Rollenspelspeelgoed: allerlei echte materialen zoals een föhn, een bonnetjesrol of een echte kassa, potten, blikken en pakken uit je voorraadkast en huisraad voor een huishoek.

Tip:
- Een nieuw apparaat gekocht waar een stuk piepschuim in zat? Snijd die samen in stukjes en gebruik de bouwsteentjes om een bouwwerk van te maken. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een iglo of een kasteel.
- Meng zand met kerriepoeder en een deel met paprikapoeder. Smeer een vel papier in met plaksel en strooi het zand er op.
- Leer van je kind een nieuwerwetsig balspel waar je nog nooit van gehoord had!
- Maak samen een poppenhuis in een oude doos van kosteloos materiaal.
- Kom je er voor je gevoel niet vaak genoeg aan toe om samen een spel te spelen? Kies hier dan een vast moment voor, bijvoorbeeld meteen na het eten.

Dit was het laatste artikel in de serie spelontwikkeling. Dit zijn ze allemaal op een rij:
Babyspel 1 | Spelontwikkeling bij pasgeborenen
Babyspel 2 | Door spel de wereld leren kennen
Spelende dreumes | Je hulpje in huis
Peuterspel | Verkleden en ravotten
Kleuterspel | Bouwen, knutselen en rollenspel

Meer lezen?
“Spel en ontwikkeling: spelen en leren in de onderbouw”, Frea Janssen-Vos. Van Gorcum, 2004.
http://www.speelgoedadvies.nl
http://www.zonnespel.nl
http://www.haba.de/h...piel&rk=Produkte

Sandii Zachte © 2009
Dit artikel is gepubliceerd in Kiind op 01/10/2009

Zelfstandigheid

Je kleintje kan meer zelf dan je denkt

Zelfstandigheid van een baby
Daar is hij dan: je kleine babytje, zo hulpeloos en klein. Je neemt hem in je armen en besluit hem altijd te beschermen tegen de boze buitenwereld. Vergis je niet: ook deze kleine uk is al heel zelfstandig! Hij kruipt naar de borst en drinkt zoveel hij wil. Bij veel dorst laat hij los om verder te gaan met de andere borst. Bij veel honger drinkt hij de hele borst leeg (ook de volle achtermelk) en drinkt misschien wat minder uit de tweede borst.
Naarmate het eerste halfjaar vordert doet je kind steeds meer zelf. Hij houdt zijn hoofd recht, leert te rollen en heeft zo zijn voorkeuren wat speelgoed betreft.
Voor dit alles geldt dat jouw begeleiding er voor zorgt dat je kind de kans krijgt van alles zelf te regelen. Als je goed op zijn signalen let en je kind dus aan de borst laat wisselen als hij dat aangeeft, de omgeving zo hebt ingericht dat hij kan oefenen met rollen en een beperkte keuze geeft uit speelgoed, bevorder je zijn zelfstandigheid. Je moedigt je kind aan zelfstandig en daardoor zelfverzekerd te worden.

Na zes maanden begin je rustig aan met bijvoeden. Wanneer je je baby een bordje aanbiedt met daarop verschillende soorten groenten, vuistgroot, leert hij zelf te kiezen en zelf te eten. Bovendien is het gezellig: iedereen eet tegelijkertijd! Dit wordt ook wel de Rapley-methode genoemd. Als je hem ook regelmatig met een bekertje water laat oefenen in plaats van met een fles of tuitbeker, zul je zien dat hij misschien al rond een jaar zelf uit een beker kan drinken!

Zelfstandigheid van een dreumes
Laat je dreumes regelmatig eerst zelf proberen de schoentjes aan te doen, kijk of je peuter zelf zijn knopen dicht kan krijgen. Laat hem zelf zijn vestje aan trekken, zelf zijn boterham besmeren en zijn kleren zelf in zijn kast leggen. Presenteer het nooit als moeten, maar als mogen. Geef aan dat je het knap vindt dat hij het al kan. Spelenderwijs leert een kind groot te worden.

Zelfstandigheid van een kleuter
Kijk eens of je kleuter het aan kan op straat te spelen, in de speeltuin of een brief te posten. Veel kinderen kunnen, onder begeleiding, al prima groente snijden met een écht mesje en zagen met een échte zaag. Ieder kind is anders, en iedere situatie is anders. Jij als ouder zal die inschatting dus moeten maken. Geef je kind het vertrouwen dat hij het kan, geef een paar (niet te veel!) duidelijke regels, herhaal ze steeds weer en laat je kind het herhalen. Geef aan dat je er op vertrouwt dat hij in een keer naar de speeltuin zal lopen en dat je wel weet dat hij op de stoep zal blijven. “Mama en papa vertrouwen mij” is het (onbewuste) signaal dat je kind krijgt, en ook dit is goed voor zijn zelfvertrouwen.

De ouder als begeleider
Zie jezelf als begeleider in plaats van als leider. Zie je dat hij het niet leuk meer vindt om iets zelf te proberen, dan kan je vragen: “Zullen we het samen doen?”. Lichte frustratie schijnt zelfs goed te zijn voor een kind, ze leren er mee om te gaan. Het zorgt ervoor dat je een hoge frustratietolerantiegrens door krijgt. Ga dus niet mee in de boze bui van je kind: “Ik kan het toch niet!” door het dan maar voor je kind te doen, maar probeer met een klein beetje hulp je kind het gevoel te geven het zelf gedaan te hebben.

Voorwaarden bij het begeleiden van je kind:
- Belangrijk is altijd dat het speels blijft, je goed kijkt of je kind er al aan toe is en dat het niet erg is als het niet lukt.
- Straal altijd een onvoorwaardelijk vertrouwen in je kind uit, maar geef je kind de ruimte en de tijd om iets zelf te proberen.
- Laat je kind zelf oplossingen bedenken: “wat zou je kunnen doen als je bang bent?”. Als je alles blijft oplossen voor je kind zal hij de behoefte houden je in de buurt te willen hebben. Dit is natuurlijk niet hetzelfde als je kind het maar laten uitzoeken. Begeleid je kind hier in, stuur een beetje en stel voor om een oplossing uit te proberen.
- Kijk eens kritisch naar de inrichting van de ruimte: is er genoeg spelmateriaal dat je kind zelf uit de kast kan pakken? Heb je een krukje dat je kind zelf mag pakken zodat hij bij het aanrecht kan? - Kan je kind bij de doekjes om op te ruimen als hij geknoeid heeft? Kan hij bij zijn jas en schoenen?
- Het bevorderen van zelfstandigheid is niet hetzelfde als je kind meer verantwoordelijkheden geven. Besef dat je kind nog klein is en dat bepaalde verantwoordelijkheden te hoog gegrepen zijn, zoals er om denken briefjes van school aan je te geven.

Stappenplan begeleiden van zelfstandigheid:
Observeren: kan je kind dit aan?
Vertrouwen geven: zelf laten doen, als het niet lukt tips geven of helpen, niet overnemen.
Aanmoedigen: bedenk samen met je kind oplossingen voor problemen die hij tegenkomt.
Positieve feedback: geef een complimentje: “Wat doe je dat netjes” “Dat gaat goed zo”. Overdrijf niet.
Niet straffen, niet belonen: Een terugval is niet erg. Als het wel lukt, is dat leuk, maar de vooruitgang op zich is al fijn genoeg voor het kind.
Zorg dat het kind, waar mogelijk, het proces in eigen hand houdt: ga mee in zijn ontwikkeling, zijn behoeften tot groei.

“Kijk eens, heb ik zelf gedaan!” Zo’n succes-ervaring zorgt ervoor dat je kind veel zelfvertrouwen krijgt, of beter gezegd: behoudt. Je kind het gevoel geven hem te vertrouwen en hem steeds iets verder los te laten leert hem dat hij niet bang hoeft te zijn voor nieuwe dingen. Jij als ouder bent er immers totdat iets helemaal goed gaat. Je staat aan de zijlijn en moedigt aan.

Meer lezen?
Boek: “Liefdevol opgroeien, een kunst.”, Eva Kessler. Uitgeverij Abraxas, 2008.
Het stappenplan is gebaseerd op het stappenplan uit dit boek.

Sandii Zachte © 2009
Dit artikel is gepubliceerd in Kiind op 01/10/2009

Babygebaren

Communiceren met je kleintje

Kinderen zeggen gemiddeld zo tussen de 13 en de 18 maanden hun eerste woordje, maar communiceren doen ze al veel eerder. Het eerste huiltje is al een uiting van communicatie, maar ook het sabbelen op de vuistjes en het wrijven in de ogen horen hier bij. Uit dergelijke gebaren kun je opmaken wat de behoefte van je kind is. Heeft het honger, is het moe? Hoe ouder het kind is, hoe diverser diens behoeften. Je baby of dreumes heeft nu niet alleen maar honger of dorst, maar ook voorkeuren in het soort voedsel dat je hem verschaft. Hij heeft niet alleen maar zin om te spelen, maar weet misschien al heel goed met welk materiaal en of hij wel of niet met jou wil spelen.
Ondanks dat je kindje nog niet kan praten, kan hij wel goed duidelijk maken wat hij wil. Hij kan namelijk al uitstekend omgaan met gebaren.

Vanzelfsprekende gebaren
Automatisch leer je je kind een aantal gebaren aan; je zegt gedag en zwaait als je weggaat, je haalt je schouders op en vraagt: 'waar is het nou?', je schudt nee en knikt ja, de armen gaan de lucht in terwijl je 'hoera!' roept en je applaudisseert bij 'goed zo!'. Deze gebaren neemt je baby allemaal over omdat hij de link kan leggen tussen wat je zegt en het gebaar dat er bij hoort. Hoe ouder hij wordt, hoe sneller hij het doorheeft.

Het nut van de babygebarentaal
Maar waarom leren we onze kinderen deze gebaren aan? Zodat je peuter ja kan knikken terwijl hij ja zegt? Hoewel non-verbale communicatie erg belangrijk is, lijkt je er toch meer uit te kunnen halen. Want wat als we het eens opdraaien? We leren kinderen niet een gebaar ter ondersteuning van wat ze zeggen, maar we leren ze de gebaren zodat ze met ons kunnen communiceren zolang ze dat nog niet verbaal kunnen. Het leuke is: het blijkt ook echt te kunnen.
Lissa Zeviar is de dochter van twee dove ouders. Ze heeft een babygebarentaal ontwikkeld waarbij de meest voor de hand liggende woorden een gebaar hebben gekregen. Zo is er een gebaar voor 'melk', voor 'meer' en voor nog vele andere woorden. De theorie is dat je het gebaar gebruikt terwijl je het woord zegt. Dus je vraagt: “Wil je melk?”, terwijl je een denkbeeldig glas leegdrinkt. De methode vereist wel tijd, maar als je dit consequent doet kan een baby vaak al na een maand zelf het gebaar maken als hij melk wil.
Dit schept natuurlijk veel duidelijkheid. Je kunt er soms radeloos van worden als je er niet achter kunt komen wat je baby of dreumes bedoelt. Een kind kan er erg gefrustreerd van raken als hij niet duidelijk kan maken wat hij wil. Zodra hij dit wel kenbaar kan maken, kan dit leiden tot rust.

Uitbreiden van gebaren
Je kunt uiteraard je eigen gebaren bedenken, maar er worden ook cursussen Babygebaren aangeboden en er zijn boeken over te lezen. Er zijn zelfs al kinderdagverblijven die gebruik maken met de gebaren uit deze cursus. Daarom kan het ook nuttig zijn om je, als je met kleine kinderen werkt of dat in de toekomst wil doen, in de Algemeen Beschaafde Nederlandse Babygebarentaal te verdiepen. Nederlandse inderdaad, want net als de gewone gebarentalen heeft elk land een andere taal. Uiteraard overlappen veel woorden omdat deze voortgevloeid zijn uit de handelingen die er bij horen.

Van gebaren naar praten
Sommige mensen zijn terughoudend omdat ze bang zijn dat hun kind het nu niet meer interessant vindt om te leren praten; het kan immers al communiceren. Een begrijpelijke angst, maar het blijkt dat kinderen die de Babygebaren onder de knie hebben juist sneller meer woorden leren spreken, omdat ze al begrijpen hoe het werkt; we spreken niet willekeurig klanken uit, maar we bedoelen hier ook daadwerkelijk iets mee. Volgens onderzoekers kunnen kinderen van twee die opgroeien met de babygebaren gemiddeld 50 woorden meer dan hun leeftijdsgenoten. Het taal - en denkgedeelte van de hersenen wordt steeds verder ontwikkeld doordat een mens in aanraking komt met taal. Een gebaar, waarmee een kind zich kan uitdrukken, is ook taal. Een ander bijkomstig voordeel zou zijn dat door de gebarentaal ook de intellectuele en emotionele groei bevorderd wordt. Een kind dat de gebarentaal kent kan zich immers op jongere leeftijd verstaanbaar maken.

Meer weten?
“Babygebaren”, Lissa Zeviar. Uitgeverij Bruna, 2009.
“Baby Signs: How to Talk with Your Baby Before Your Baby Can Talk”, Acredolo en Goodwyn. Uitgeverij McGraw Hill, 2002
www.babygebaren.nl
http://babygebaren.hyves.nl

Sandii Zachte © 2009
Dit bericht is gepubliceerd in Kiind op 01/09/2009

Kleuterspel

Bouwen, knutselen en rollenspel

Kleuters kunnen meerdere emoties van elkaar onderscheiden: bang, boos, verdrietig en blij. Ze begrijpen al veel beter dan peuters dat je iets per ongeluk kunt doen en expres. Daarbij voelen ze ook al trots en schaamte. Verder nemen de meeste kleuters al initiatief tot spelen met anderen en kunnen vaak al eindeloos spelen zonder inbreng van een volwassene. Dit is een grote verandering ten opzichte van de peuters: de aandachtsspanne is veel groter is geworden. Kleuters kunnen een spel gemiddeld tussen de 45 en de 135 minuten spelen.
Deze kinderen zijn in staat tot het toepassen van simpele spelregels. Dat biedt perspectief: er kunnen talloze spelletjes gespeeld worden!

Fantasie
Kinderen van deze leeftijd kunnen al echte rollenspellen spelen. “Jij bent de vader en ik ben de moeder en we gingen naar de winkel”. Het wordt een samenhangend verhaal. Het sociale aspect is ook belangrijker geworden. Kleuters spelen meestal het liefst samen.
Fantasie en werkelijk lopen nog door elkaar, rondt daarom spellen altijd goed af: “Nu ben ik weer papa, ben jij weer Robin?”
Vaak worden in deze spellen gebeurtenissen herbeleefd en verwerkt. Zo zal een kind dat net bij de dokter is geweest misschien doktertje gaan spelen en precies nadoen wat de dokter ook deed.
Hutten bouwen vinden veel kleuters ook erg leuk. In hun zelfgemaakte huisje kunnen ze een rollenspel spelen of zich even terugtrekkken.

Thema’s
In hun rollenspel spelen kleuters vaak een tijdlang hetzelfde verhaal. Op eens lijkt dat over en komt er een nieuw interessant thema. Vanaf vier jaar gaan kinderen naar school en vaak werken ze op school met thema’s. Het zou goed kunnen dat je kind die thema’s thuis doorvoert; dat is het teken dat het hem echt bezighoudt. Het favoriete thema van veel kinderen is dieren.

Creatief
Tekenen is over het algemeen populair bij kleuters. Ook andere knutsels zijn vaak geliefd. Niet ieder kind vindt het fijn om vies te worden, dus het ene kind speelt graag met constructiemateriaal en het andere met klei en verf. Het is leuk om regelmatig ander materiaal neer te zetten voor je kind. Beperk daarbij de keuze: vandaag staat dit klaar en morgen dat. Wát je kind daarmee maakt laat je vrij, zo kan hij of zij zijn fantasie laten gaan. Voorbeelden van materiaal zijn: plakaatverf, potloden, waskrijt, bijenwas, zaden en maïskorrels, stokjes, zand en macaroni en brooddeeg. Ook de ondergrond kan verschillen: bijvoorbeeld normaal, stevig of dun papier, karton (kan van een doos zijn), piepschuim, stenen bord, bloempot, glasplaatje, dakpan, wcrol, houten plankje of stof.
Het is ook leuk om te variëren in knutselactiviteiten op het platte vlak en ruimtelijke knutsels. Het bakken van koekjes is ook creatief: lekker kneden en vormpjes maken.
Een kind vanaf vijf jaar kan vaak al meerdere dagen doen over een knutselwerk; hij gaat gewoon weer verder waar hij gebleven is.

Verhalen
Veel kleuters kunnen ‘verdwijnen’ in een verhaal. Deze kinderen vinden het heerlijk om voorgelezen te worden en kennen de favoriete verhaaltjes al uit hun hoofd. In plaats van voorlezen uit een boek, kun je een verhaal ook vertellen. Dit kan naar aanleiding van een boek, maar een zelfbedacht verhaal is misschien nog wel leuker! Met handpoppen kun je het verhaal spelen terwijl je vertelt. Het leuke van vertellen is dat het interactiever is dan voorlezen: er is mogelijkheid tot inbreng en verandering van het verhaal. Bovendien kun je je kind beter aankijken dan wanneer je aan het lezen bent.

Beweging
Actieve spelletjes vallen vaak ook erg in de smaak. Kleuters hebben veel energie en vinden het heerlijk om te rennen, te swingen en te rollen. Haak hierop in door regelmatig samen bewegingsspelletjes te doen. Doe bijvoorbeeld eens een ballonnendans waarbij ieder een ballon heeft. Om de beurt verzin je een beweging en de rest doet het na. Of sla ze over, of houdt ze hoog met je hoofd. Een ander idee is 'zakdoekje leggen'. Dit kan alleen met meer dan twee mensen. Een muzikaal spel is het bewegen op commando. Op een trommeltje roffel je zachtjes, je kind danst. Roffel je sneller dan danst je kind sneller. Stop je, dan stopt ook het dansen. Draai ook eens de rollen om.

Speelgoedtips:
Kosteloze materialen
Rollenspelmateriaal: verkleedspullen, een keukentje, winkeltje, ridderspullen of een theeserviesje
Constructiemateriaal zoals blokken die al dan niet in elkaar kunnen klikken
Een zandbak of een zand-watertafel
Puzzels van 16 tot 48 stukjes
Behendigheidsspeelgoed zoals een bal, een springtouw en rolschaatsen
Muziekinstrumenten
Treinbaan of auto’s

Tips:
- Maak een thematafel: dit kan vanuit het thema dat op school gebruikt wordt, of helemaal zelf bedacht. Het leukste is na te gaan wat je kind op dat moment bezig houdt. Richt een tafeltje in met spullen over dat thema. Zoek boeken in de bibliotheek, knutsel samen het een en ander, zoek toepasselijke verkleedkleding (kunnen ook simpele lappen zijn) en kleed het leuk aan. Je zult zien dat jullie samen geleidelijk aan meer over het onderwerp te weten komen. Zes weken is een mooie lengte voor een thema.
- Vertelkoffer: Vertel eens een verhaal naar aanleiding van een boek. Doe het boek, samen met wat attributen in een koffertje en maak samen de koffer open: “Wat zou daar nou in zitten?” Bewonder het en vertel het verhaal. Laat je kind het naspelen met de attributen.

Meer lezen:
In Kiind:
Over het spel in de pasgeborenenfase
Het spel van de grote baby’s
Over de spelende dreumes
En het spelgedrag van de peuter

Verder:
http://www.speelgoedadvies.nl
Nationale verteldag 20 maart: www.vertelcultuur.nl

Sandii Zachte © 2009
Dit bericht is gepubliceerd in Kiind op 01/09/2009

Kleuterspel

Bouwen, knutselen en rollenspel

Kleuters kunnen meerdere emoties van elkaar onderscheiden: bang, boos, verdrietig en blij. Ze begrijpen al veel beter dan peuters dat je iets per ongeluk kunt doen en expres. Daarbij voelen ze ook al trots en schaamte. Verder nemen de meeste kleuters al initiatief tot spelen met anderen en kunnen vaak al eindeloos spelen zonder inbreng van een volwassene. Dit is een grote verandering ten opzichte van de peuters: de aandachtsspanne is veel groter is geworden. Kleuters kunnen een spel gemiddeld tussen de 45 en de 135 minuten spelen.
Deze kinderen zijn in staat tot het toepassen van simpele spelregels. Dat biedt perspectief: er kunnen talloze spelletjes gespeeld worden!

Fantasie
Kinderen van deze leeftijd kunnen al echte rollenspellen spelen. “Jij bent de vader en ik ben de moeder en we gingen naar de winkel”. Het wordt een samenhangend verhaal. Het sociale aspect is ook belangrijker geworden. Kleuters spelen meestal het liefst samen.
Fantasie en werkelijk lopen nog door elkaar, rondt daarom spellen altijd goed af: “Nu ben ik weer papa, ben jij weer Robin?”
Vaak worden in deze spellen gebeurtenissen herbeleefd en verwerkt. Zo zal een kind dat net bij de dokter is geweest misschien doktertje gaan spelen en precies nadoen wat de dokter ook deed.
Hutten bouwen vinden veel kleuters ook erg leuk. In hun zelfgemaakte huisje kunnen ze een rollenspel spelen of zich even terugtrekkken.

Thema’s
In hun rollenspel spelen kleuters vaak een tijdlang hetzelfde verhaal. Op eens lijkt dat over en komt er een nieuw interessant thema. Vanaf vier jaar gaan kinderen naar school en vaak werken ze op school met thema’s. Het zou goed kunnen dat je kind die thema’s thuis doorvoert; dat is het teken dat het hem echt bezighoudt. Het favoriete thema van veel kinderen is dieren.

Creatief
Tekenen is over het algemeen populair bij kleuters. Ook andere knutsels zijn vaak geliefd. Niet ieder kind vindt het fijn om vies te worden, dus het ene kind speelt graag met constructiemateriaal en het andere met klei en verf. Het is leuk om regelmatig ander materiaal neer te zetten voor je kind. Beperk daarbij de keuze: vandaag staat dit klaar en morgen dat. Wát je kind daarmee maakt laat je vrij, zo kan hij of zij zijn fantasie laten gaan. Voorbeelden van materiaal zijn: plakaatverf, potloden, waskrijt, bijenwas, zaden en maïskorrels, stokjes, zand en macaroni en brooddeeg. Ook de ondergrond kan verschillen: bijvoorbeeld normaal, stevig of dun papier, karton (kan van een doos zijn), piepschuim, stenen bord, bloempot, glasplaatje, dakpan, wcrol, houten plankje of stof.
Het is ook leuk om te variëren in knutselactiviteiten op het platte vlak en ruimtelijke knutsels. Het bakken van koekjes is ook creatief: lekker kneden en vormpjes maken.
Een kind vanaf vijf jaar kan vaak al meerdere dagen doen over een knutselwerk; hij gaat gewoon weer verder waar hij gebleven is.

Verhalen
Veel kleuters kunnen ‘verdwijnen’ in een verhaal. Deze kinderen vinden het heerlijk om voorgelezen te worden en kennen de favoriete verhaaltjes al uit hun hoofd. In plaats van voorlezen uit een boek, kun je een verhaal ook vertellen. Dit kan naar aanleiding van een boek, maar een zelfbedacht verhaal is misschien nog wel leuker! Met handpoppen kun je het verhaal spelen terwijl je vertelt. Het leuke van vertellen is dat het interactiever is dan voorlezen: er is mogelijkheid tot inbreng en verandering van het verhaal. Bovendien kun je je kind beter aankijken dan wanneer je aan het lezen bent.

Beweging
Actieve spelletjes vallen vaak ook erg in de smaak. Kleuters hebben veel energie en vinden het heerlijk om te rennen, te swingen en te rollen. Haak hierop in door regelmatig samen bewegingsspelletjes te doen. Doe bijvoorbeeld eens een ballonnendans waarbij ieder een ballon heeft. Om de beurt verzin je een beweging en de rest doet het na. Of sla ze over, of houdt ze hoog met je hoofd. Een ander idee is 'zakdoekje leggen'. Dit kan alleen met meer dan twee mensen. Een muzikaal spel is het bewegen op commando. Op een trommeltje roffel je zachtjes, je kind danst. Roffel je sneller dan danst je kind sneller. Stop je, dan stopt ook het dansen. Draai ook eens de rollen om.

Speelgoedtips:
Kosteloze materialen
Rollenspelmateriaal: verkleedspullen, een keukentje, winkeltje, ridderspullen of een theeserviesje
Constructiemateriaal zoals blokken die al dan niet in elkaar kunnen klikken
Een zandbak of een zand-watertafel
Puzzels van 16 tot 48 stukjes
Behendigheidsspeelgoed zoals een bal, een springtouw en rolschaatsen
Muziekinstrumenten
Treinbaan of auto’s

Tips:
- Maak een thematafel: dit kan vanuit het thema dat op school gebruikt wordt, of helemaal zelf bedacht. Het leukste is na te gaan wat je kind op dat moment bezig houdt. Richt een tafeltje in met spullen over dat thema. Zoek boeken in de bibliotheek, knutsel samen het een en ander, zoek toepasselijke verkleedkleding (kunnen ook simpele lappen zijn) en kleed het leuk aan. Je zult zien dat jullie samen geleidelijk aan meer over het onderwerp te weten komen. Zes weken is een mooie lengte voor een thema.
- Vertelkoffer: Vertel eens een verhaal naar aanleiding van een boek. Doe het boek, samen met wat attributen in een koffertje en maak samen de koffer open: “Wat zou daar nou in zitten?” Bewonder het en vertel het verhaal. Laat je kind het naspelen met de attributen.

Meer lezen:
In Kiind:
Over het spel in de pasgeborenenfase
Het spel van de grote baby’s
Over de spelende dreumes
En het spelgedrag van de peuter

Verder:
http://www.speelgoedadvies.nl
Nationale verteldag 20 maart: www.vertelcultuur.nl

Sandii Zachte © 2009
Dit artikel is gepubliceerd in Kiind op 01/09/2009

Peuterspel

Verkleden en ravotten

Kinderen van twee tot vier jaar noemen we peuters. In deze periode ontdekt je kind iets belangrijks: je kunt doen alsof! Met een handtas ben je moeder, met een staart hond. Op het moment dat je peuter dit ontdekt zal het de handelingen exact kopiëren. Er komt een wezenlijke verandering in het spel zodra je kind ontdekt dat ze kunnen variëren; het koken van spruitjes hoeft niet precies zoals papa dat gisteren deed en de pop kan vast ook op een andere manier in de wagen. Fantasie en werkelijkheid is nog niet zo goed te onderscheiden voor een kind in deze fase. Zorg er dan ook voor dat als je een rollenspel met je kind speelt, je het spel goed afrondt. Doe je dat niet, dan blijf je dat monster of dat boze konijn.

Creativiteit en fantasie
Peuters vinden het vaak een feest om met jou te spelen, maar spelen nog niet echt samen met andere kinderen. De meeste peuters zoeken elkaar wel al op om naast elkaar te spelen. Ze imiteren ook elkaar en leren zo dat een ander kind anders speelt. Een andere belangrijke ontwikkeling is dat ze voorwerpen betekenis gaan toekennen; een doos wordt een huis en een flesje is de bewoner. Daarom is het prettig als materialen niet te voorgekauwd zijn: bij een auto die er neutraal uitziet kunnen peuters er gemakkelijker op los fantaseren dan bij een auto die er levensecht uitziet. Goed constructiemateriaal lokt ook creativiteit uit. Denk hierbij aan houten blokken of latjes die neutraal zijn, of aan stenen die aan elkaar te klikken zijn.
Mocht je de ruimte hebben, dan is een zand-watertafel een ware hit. Veel peuters vinden het heerlijk om te kliederen en allerlei creaties te maken. Kastanjes, dennenappels, kartonnen doosjes en ander kosteloos materiaal stimuleren hierbij de fantasie.

Imitatie
Speelgoed dat goed bij deze fase aansluit is imitatiemateriaal zoals verkleedkleding, een dokterstas, een theeserviesje en lappen stof die in een oogwenk omgetoverd worden tot een hut, tent of huisje, maar ook tot een prachtige jurk of koningsmantel.

Puzzelen
Naast rollenspellen vinden de meeste kinderen het heerlijk om te puzzelen. Deze worden steeds iets uitdagender. Raadzaam is om goed naar je kind te kijken: is een puzzel te moeilijk of alweer te gemakkelijk? Ook ander speelgoed blijft interessant: de blokken, de knuffels, maar ook zintuiglijk materiaal zoals muziek, prettige geuren en spannend knutselmateriaal.

Speltips:
Stoeien en ravotten! Naast het feit dat lichaamscontact als knuffelen en stoeien zeer belangrijk is, wordt je kind steeds behendiger en bewust van zijn en jouw lijf (wat doet pijn en wat niet?) en leert het zichzelf te verweren.
Maak een hut van oude lappen.
Samen bakken en koken, uiteraard mét koksmuts.

Speelgoedtips:
Verkleedspullen
Theeserviesje
Een bezempje
Treinbaan of auto’s
Imitatiespeelgoed zoals een pop, een keukentje en een stoffer en blik
Puzzels
Knutselmateriaal zoals klei, potloden en krijtjes
Behendigheidsspeelgoed zoals een bal, een glijbaan en een fiets
Muziekinstrumenten
Zand-watertafel
Kosteloos materiaal

Tip: Voer eens een gesprek met je kind via een vingerpoppetje of handpop. Je kunt zo hele conversaties voeren: je kunt je kind laten vertellen over zijn gezin, of over wat hij leuk vindt, of lekker. De meeste peuters vinden dit het einde. En misschien kan de pop je kind wel een keer iets laten eten wat hij niet lust?

Meer lezen?
In Kiind:
Over het spel in de pasgeborenenfase
Het spel van de grote baby’s
En over de spelende dreumes

Bronnen:
Boek: “Opvoeden door stoeien”. Yos Lotens, Uitgeverij Elmar, 2004.
http://www.speelgoedadvies.nl/

Sandii Zachte © 2009
Dit artikel is gepubliceerd in Kiind op 31/07/09